Uitspraak
19.2079 WW-PV, 19/2828 WW-PV
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- herroept het boetebesluit van 12 september 2017;
- stelt het bedrag van de boete vast op € 2.733,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene kreeg op 12 september 2017 een boete van €5.467,- opgelegd door het UWV wegens het niet tijdig melden van haar verblijf in Frankrijk buiten vakantieperiode. Het bezwaar van betrokkene werd op 20 november 2017 ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval het UWV een nieuw besluit te nemen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de schending van de inlichtingenplicht slechts in verminderde mate aan betrokkene kan worden toegerekend. Dit vanwege een eenmalige fout door onachtzaamheid en haar ruime ervaring op de internationale arbeidsmarkt. Het UWV had de overtreding zelf als licht aangemerkt.
De Raad stelt de boete vast op €2.733,-, een vermindering ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag. Betrokkene had de oorspronkelijke boete reeds betaald, waardoor het UWV het teveel betaalde bedrag moet terugbetalen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.068,-.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt verminderd tot €2.733,- en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.