Uitspraak
20.2099 AKW
OVERWEGINGEN
.Haar functie is ‘administrative assistent’ en appellante is ‘staffmember’.
Centrale Raad van Beroep
Appellante werkte vanaf juni 2011 als administratief medewerker bij het Special Tribunal for Lebanon (STL), een volkenrechtelijke organisatie. Hierdoor viel zij niet langer onder de verplichte verzekering voor de Nederlandse volksverzekeringen en had zij geen recht op kinderbijslag volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag haar recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het derde kwartaal van 2011 en vorderde een bedrag van €6.990,50 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het sociale zekerheidsstelsel van STL vergelijkbaar is met het Nederlandse stelsel, waardoor uitsluiting van de AKW-verzekering terecht was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de stelsels niet vergelijkbaar zijn en dat zij erop mocht vertrouwen dat zij recht had op kinderbijslag, mede vanwege het convenant tussen de Svb en de Belastingdienst en de toekenning van het kindgebonden budget.
De Raad oordeelde dat de stelsels wel vergelijkbaar zijn en dat appellante had kunnen begrijpen dat de kinderbijslag ten onrechte werd verstrekt. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening met terugwerkende kracht en ook geen bijzondere omstandigheden om terugvordering te matigen. Het beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en de herziening van kinderbijslag met terugwerkende kracht bevestigd.