ECLI:NL:CRVB:2020:891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als betonijzerlasser en viel in 2011 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd deze in 2015 omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Het UWV stelde bij herbeoordeling vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 6 oktober 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, dat het opleidingsniveau onjuist was vastgesteld en dat hij niet in staat was interne opleidingen te volgen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende gemotiveerd waren. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af en bevestigde dat het opleidingsniveau terecht was vastgesteld op niveau 2. De uitkering werd terecht beëindigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.