Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 2 maart 2011 ongegrond;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- veroordeelt appellant in proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 3.867,78.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering vanwege verslechterde gezondheid. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, herzag de uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit gegrond, omdat onvoldoende aannemelijk zou zijn gemaakt dat de geselecteerde functies overeenkomen met het opleidingsniveau van betrokkene.
In hoger beroep betwist appellant dit oordeel en verwijst naar eerdere rechtspraak en deskundigenrapporten die het opleidingsniveau op 2 bevestigen. Betrokkene stelde dat hij door zwakbegaafdheid, persoonlijkheidsstoornis en lichamelijke klachten niet aan deze eisen voldoet. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die betrokkene onderzocht en concludeerde dat de beperkingen en het opleidingsniveau adequaat zijn vastgesteld.
De Raad oordeelt dat appellant bij de medische beoordeling voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van betrokkene en dat het opleidingsniveau terecht is vastgesteld op niveau 2. De geselecteerde functies overschrijden de vastgestelde belastbaarheid niet. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover deze het besluit van 2 maart 2011 betreft en het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit van 2 maart 2011 wordt bevestigd.