ECLI:NL:CRVB:2020:824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing duurzaamheidscriterium arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als medewerker schade-afhandeling, kampte met psychische stoornissen en vroeg herbeoordeling van zijn WIA-uitkering wegens vermeende volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid per 23 mei 2016.
De verzekeringsarts concludeerde dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt was, omdat er reële behandelmogelijkheden waren met een reële herstelverwachting. Hoewel appellant eerder behandelingen bij De Waag en Viersprong had gevolgd, was het onduidelijk waarom na het intakegesprek in september 2016 geen behandeling bij De Waag was gestart, mede doordat appellant geen toestemming gaf voor navraag.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad benadrukt dat de onduidelijkheid over het niet starten van behandeling voor rekening en risico van appellant komt, en bevestigt dat het hoger beroep niet slaagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is.