ECLI:NL:CRVB:2020:614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College niet bevoegd om aanvraag bijzondere bijstand te behandelen wegens woonplaats buiten gemeente
Appellante ontving algemene bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen. Na vaststelling dat zij niet meer woonde in Heerlen maar in een andere gemeente, trok het college de bijstand in en wees een aanvraag bijzondere bijstand af. Appellante diende een herhaalde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het college niet bevoegd was om op de aanvraag te beslissen omdat zij niet meer woonde in Heerlen. De Raad oordeelde dat de datum van aanvraag bepalend is voor de bevoegdheid en dat het college op die datum niet bevoegd was. Het college had de aanvraag moeten doorzenden naar de bevoegde gemeente volgens artikel 2:3 Awb Pro.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, herroept het besluit van 11 mei 2017 en bepaalt dat de aanvraag wordt doorgezonden naar de bevoegde instantie. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van appellante en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de aanvraag bijzondere bijstand wordt doorgezonden naar de bevoegde gemeente.