ECLI:NL:CRVB:2020:510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen van onherroepelijk besluit over niet-verlenging dienstverband
Appellante was van 15 augustus 2014 tot en met 31 december 2016 in dienst als docent bij de Universiteit Maastricht. In oktober 2016 werd haar medegedeeld dat haar tijdelijke dienstverband niet zou worden verlengd na 1 januari 2017. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing en verzocht om een vaste of nieuwe tijdelijke aanstelling. Het faculteitsbestuur wees dit bezwaar af, stellende dat haar functioneren onvoldoende was en dat er geen recht bestond op verlenging.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit en oordeelde dat appellante geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit van 18 oktober 2016. Het college van bestuur stelde dat het bezwaar tegen het latere besluit een herhaald besluit betrof en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om terug te komen op het besluit wordt afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd. Ook oordeelt de Raad dat de afwijzing van het verzoek niet evident onredelijk is. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om terug te komen op het besluit tot niet-verlenging van het dienstverband wordt afgewezen.