Uitspraak
18.1824 ZW
22 februari 2018, 17/1893 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, arbeidsgehandicapt en werkzaam via een uitzendbureau bij een ander bedrijf, meldde zich ziek op 22 februari 2016. Het UWV kende hem aanvankelijk een Ziektewet-uitkering toe van 90% van het dagloon vanwege de no risk-polis. Na 52 weken verlaagde het UWV het ziekengeld naar 70% van het dagloon, wat appellant aanvocht.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met de hoorplicht, maar oordeelde dat de verlaging naar 70% van het dagloon juridisch juist was. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst appellant's beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat zijn situatie niet vergelijkbaar is met werknemers van het inlenende bedrijf met andere arbeidsvoorwaarden.
Verder is de wijze waarop het UWV het ziekengeld op de WAO-uitkering in mindering bracht buiten het geding gebleven. Ook de vordering tot proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt afgewezen, omdat de betaling pas na het instellen van hoger beroep plaatsvond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat het ziekengeld na 52 weken terecht is vastgesteld op 70% van het dagloon.