Uitspraak
17.7077 PW, 19/3211 PW
OVERWEGINGEN
(bestreden besluit 1), voor zover hier van belang, heeft het college het bezwaar van appellante tegen de intrekking ongegrond verklaard.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht in het kader van een themacontrole naar bezit van onroerende zaken in Turkije. Uit onderzoek bleek dat zij een boomgaard bezat en aanspraak had op een perceel bouwgrond en een appartementengebouw geregistreerd op naam van haar overleden echtgenoot.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellante deze onroerende zaken niet had gemeld, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de themacontrole discriminerend was en dat zij niet beschikte over het vermogen van haar overleden echtgenoot. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van discriminatie en dat appellante redelijkerwijs over haar aandeel in de onroerende zaken kon beschikken.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken en de intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde onroerende zaken in Turkije wordt bevestigd.