ECLI:NL:CRVB:2020:3520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar gemeente Amsterdam
Betrokkene, werkzaam bij de gemeente Amsterdam, werd verdacht van ambtelijke corruptie en plichtsverzuim. Na een strafrechtelijk onderzoek en diverse besluiten tot schorsing en inhouding van salaris, legde het college hem onvoorwaardelijk strafontslag op wegens meerdere gedragingen, waaronder het aannemen van giften en belangenverstrengeling.
De rechtbank Amsterdam vernietigde enkele besluiten, onder meer omdat het strafontslag niet met terugwerkende kracht mocht worden opgelegd. Het college en betrokkene gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene de hem verweten gedragingen had begaan en dat het college bevoegd was het onvoorwaardelijk strafontslag op te leggen.
De Raad vond de opgelegde straf niet onevenredig gezien de ernst van het plichtsverzuim en bevestigde dat het strafontslag niet met terugwerkende kracht mocht worden opgelegd. Het hoger beroep van het college werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het onvoorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim en wijst het hoger beroep van het college af.