ECLI:NL:CRVB:2020:3464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens niet-melding auto en inkomen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en waren in het bezit van meerdere auto's die op hun naam stonden gedurende de bijstandsperiode. Een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand volgde na een melding over een auto die op naam van appellant was gezet. Uit het onderzoek bleek dat appellanten geen melding hadden gemaakt van de aanschaf en export van een auto, noch van bijschrijvingen op hun bankrekening.
Het dagelijks bestuur besloot de bijstand over juli 2016 in te trekken en de bijstand over juni, augustus en december 2016 te herzien, waarbij de bijschrijvingen als inkomen werden aangemerkt en in mindering gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de transacties binnen de familiekring plaatsvonden zonder winstoogmerk en dat de betalingen terugbetalingen van een lening waren.
De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door geen melding te maken van de auto en dat de verklaringen onvoldoende onderbouwd waren met objectieve gegevens. De bijschrijvingen werden terecht als inkomen aangemerkt. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en intrekking van de bijstand en wijst het hoger beroep af.