ECLI:NL:CRVB:2020:3418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige uitkering op grond van de Uitkeringsregeling Backpay bevestigd
Betrokkene diende namens haar overleden echtgenoot een aanvraag in voor een eenmalige uitkering op grond van de Uitkeringsregeling Backpay, gericht op compensatie voor niet-uitbetaalde salarissen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië.
De minister wees de aanvraag af omdat de echtgenoot van betrokkene vóór de peildatum 15 augustus 2015 was overleden, een voorwaarde voor toekenning van de uitkering. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd benadrukt dat de regeling buitenwettelijk en begunstigend beleid betreft, waarover de rechter slechts kan toetsen of het beleid consistent is toegepast.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze lijn en oordeelt dat zij niet bevoegd is om de redelijkheid van het beleid of de peildatum te toetsen. Het verzoek om inschakeling van een amicus curiae en om advies aan de regering werden afgewezen. De Raad bevestigt dat de minister het beleid consistent heeft toegepast en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens het niet voldoen aan de peildatum van 15 augustus 2015.