ECLI:NL:CRVB:2017:2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatie inkomensachteruitgang alleenstaande ouder na 18e verjaardag kind
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Na de 18e verjaardag van haar inwonende zoon wijzigde het college de bijstandsnorm naar die voor een alleenstaande. Appellante vroeg bijzondere bijstand in de vorm van een garantietoeslag wegens inkomensachteruitgang. Het college kende deze toeslag toe voor een beperkte periode, maar wees latere toekenning af omdat de zoon studiefinanciering ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in en voerde onder meer aan dat het college het inkomen van haar zoon onjuist had vastgesteld en het beleid inconsistent toepaste. De Raad oordeelde dat het beleid buitenwettelijk begunstigend is en alleen op consistentie wordt getoetst, niet op redelijkheid.
De Raad verwierp de bezwaren over de inkomensvaststelling en de vermeende inconsistentie, omdat het college verschillende normbedragen hanteert afhankelijk van de aard van de studiefinanciering of tegemoetkoming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.