ECLI:NL:CRVB:2020:3323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering na verzoek terugkomen op besluit
Appellant, geboren in 1998, heeft een Wajong-uitkering aangevraagd na een eerdere indicatie banenafspraak door het UWV. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit van 11 februari 2016, omdat geen nieuwe medische informatie was ingediend die een ander oordeel rechtvaardigde.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische gegevens, waaronder een brief van een begeleider bij De Hoop GGZ, geen wezenlijk ander beeld gaven dan bij het oorspronkelijke besluit. Ook werd geen aanleiding gezien om op grond van duuraansprakenjurisprudentie of de Amber-bepaling tot een ander besluit te komen.
In hoger beroep heeft appellant een brief van zijn behandelend reumatoloog overgelegd, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat deze geen nieuwe inzichten bood. De Centrale Raad onderschreef de eerdere oordelen en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad overwoog dat appellant met zijn beperkingen niet in staat is een fulltime functie zonder tempoverlies uit te oefenen en aangewezen is op intensieve begeleiding, waardoor een reguliere baan niet haalbaar is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.