ECLI:NL:CRVB:2020:3275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig besluit UWV WIA-uitkering
Appellant ontving vanaf november 2010 een WIA-uitkering van het UWV, die in 2014 onrechtmatig werd vastgesteld. Hij vorderde schadevergoeding voor terugvordering van toeslagen en inkomstenbelasting over 2016, in totaal € 6.118.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen schade had geleden omdat de berekeningen van het UWV aantoonden dat hij netto geen nadeel had, zelfs voordeel had genoten door toeslagen in 2014 en 2015. Appellant leverde onvoldoende bewijs om dit te weerleggen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij de toeslagen moest terugbetalen, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen schade is aangetoond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het eerdere vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2018.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat appellant schade heeft geleden.