ECLI:NL:CRVB:2020:3274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant ontving een loongerelateerde WIA-uitkering vanaf november 2010 met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na diverse wijzigingen in zijn arbeidsituatie en uitkeringen, stelde het UWV bij besluit van 31 juli 2014 de hoogte van de WIA-uitkering vast, waartegen appellant bezwaar maakte. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het bestreden besluit was achterhaald door een nieuw besluit van het UWV uit februari 2016 en er geen procesbelang bestond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij werd gekrenkt door de gang van zaken, waaronder vermeende fouten van het UWV en onterechte verlaging van zijn uitkering.
De Raad oordeelde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het latere besluit het eerdere heeft vervangen en appellant geen procesbelang heeft aangetoond. Ook de overige aangevoerde klachten konden tot geen ander oordeel leiden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.