ECLI:NL:CRVB:2020:3186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terugkomen van beëindiging Ziektewetuitkering ondanks diagnose MS
Appellante was werkzaam als verkoopmanager en meldde zich ziek met zwangerschapsklachten. Na diverse uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, Wet arbeid en zorg en Ziektewet, beëindigde het Uwv de Ziektewetuitkering per 6 februari 2012 omdat appellante geschikt werd geacht haar werk te verrichten. Appellante verzocht in 2016 terug te komen op dit besluit en een WIA-uitkering toe te kennen wegens arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met een diagnose Multiple Sclerose (MS) uit 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de MS-diagnose geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde die de belastbaarheid per 6 februari 2012 wijzigde. De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de medische gegevens reeds bekend waren en meegewogen bij eerdere beoordelingen. De diagnose MS verklaart weliswaar klachten, maar leidt niet tot een andere beoordeling van de situatie per datum beëindiging Ziektewetuitkering.
Appellante verzocht tevens om benoeming van een deskundige, maar de Raad zag hiervoor geen aanleiding omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van de verzekeringsartsenrapporten. Daarnaast is het verzoek om terug te komen van het besluit gedaan nadat de termijn voor ziekengeld verstreken was, zodat een beoordeling van toekomstige aanspraken niet aan de orde is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.