ECLI:NL:CRVB:2020:3007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beveelt nader medisch onderzoek UWV bij onzorgvuldig besluit WIA-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering per 6 februari 2018 te beëindigen. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het medisch onderzoek waarop het besluit was gebaseerd onzorgvuldig was. Het lichamelijk onderzoek van de primaire arts was beperkt en sloot niet aan bij de door appellante geclaimde klachten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had geen aanvullend lichamelijk of psychisch onderzoek verricht, maar voldeed zich met dossierinformatie die niet meer relevant was voor de datum in geding.
De Raad benadrukte dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij de huisarts of specialisten over de actuele psychische en lichamelijke toestand van appellante. Ook was het nalatig om zelf psychisch onderzoek te verrichten, terwijl appellante op de wachtlijst stond voor psychische behandeling. Hierdoor was het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
De Centrale Raad van Beroep droeg het UWV op binnen zes weken een nieuw medisch onderzoek uit te voeren, inclusief psychisch en lichamelijk onderzoek gericht op de datum in geding. Dit onderzoek moet worden gedaan door een verzekeringsarts bezwaar en beroep die nog niet eerder bij de zaak betrokken was. Tevens moet informatie worden ingewonnen bij de huisarts en eventueel behandelend specialisten. Pas na herstel van dit gebrek kan het besluit worden heroverwogen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen een nieuw medisch onderzoek te verrichten en het besluit te heroverwegen.