ECLI:NL:CRVB:2020:2962
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wegens ontbreken zeer dringende redenen
Verzoekster, die lijdt aan artritis psoriatica en medicinale cannabis gebruikt ter pijnbestrijding, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten hiervan. Het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec wees dit af op grond van het bestaan van een passende voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
Na bezwaar en een voorlopige voorziening waarbij voorschot werd verstrekt, werd een medisch advies ingewonnen dat geen levensbedreigende situatie of blijvend ernstig letsel verwacht bij het niet gebruiken van cannabis. Het college handhaafde het besluit en stopte de bevoorschotting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
In hoger beroep stelde verzoekster dat medicinale cannabis haar enige redmiddel is en dat het medisch advies onzorgvuldig was omdat niet alle medische gegevens waren betrokken. Zij overlegde aanvullende medische stukken ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat verzoekster niet voldeed aan de bewijslast voor zeer dringende redenen en dat haar situatie weliswaar hinderlijk is maar niet levensbedreigend of met blijvend ernstig letsel of invaliditeit gepaard gaat.
De Raad bevestigde het collegebesluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.