ECLI:NL:CRVB:2020:292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende bewijs verband PX-10 blootstelling
Appellant, die van juli 1982 tot september 1983 in militaire dienst was, verzocht in februari 2017 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan blootstelling aan het wapenonderhoudsmiddel PX-10.
De staatssecretaris wees dit verzoek af, onder verwijzing naar een RIVM-rapport waaruit bleek dat het vrijwel uitgesloten is dat PX-10 blootstelling heeft geleid tot bepaalde vormen van kanker, huidaandoeningen of neurologische aandoeningen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het RIVM-onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aandoeningen verband houden met PX-10.
In hoger beroep stelde appellant dat het RIVM-onderzoek onzorgvuldig was vanwege beperkte steekproef en onjuiste aannames, maar de Raad concludeerde dat appellant niet lijdt aan de aandoeningen die wetenschappelijk aan PX-10 blootstelling kunnen worden toegeschreven. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van het invaliditeitspensioen.
De Raad oordeelde tevens dat de redelijke termijn niet was overschreden en wees een verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verband met PX-10 blootstelling.