ECLI:NL:CRVB:2020:2912
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Wajong-uitkering en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin de weigering tot toekenning van een Wajong-uitkering werd gehandhaafd. Tijdens de procedure kende het UWV alsnog per datum aanvraag de Wajong-uitkering toe, waarmee appellant zich kon verenigen. Hierdoor was er geen geschil meer en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant recht heeft op vergoeding van proceskosten in bezwaar en hoger beroep, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De procedure duurde circa vijf jaar, terwijl de redelijke termijn maximaal vier jaar mag zijn, waardoor een overschrijding van ongeveer twaalf maanden werd vastgesteld.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente over de nog na te betalen uitkering en de Staat der Nederlanden tot een schadevergoeding van €1000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden de proceskosten van appellant voor het verzoek om schadevergoeding aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en proceskosten zijn toegekend.