Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
S.B. Smit-Colenbrander als leden in tegenwoordigheid van B.V.K. de Louw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een Wajong-uitkering en toeslag, maar het UWV stelde vast dat hij in de periode maart 2008 tot september 2010 actief was in de escortbranche en handel in kleding en schoenen, zonder deze inkomsten te melden. Op basis van politieonderzoek en eigen onderzoek trok het UWV de uitkering in en vorderde onterecht ontvangen bedragen terug.
Appellant voerde aan dat het UWV onzorgvuldig handelde, het hoor en wederhoor niet in acht nam en dat de terugvordering disproportioneel was. Ook stelde hij dat de toeslagintrekking vanaf 2014 onterecht was vanwege onduidelijkheid over het inkomen van zijn partner.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitkering introk en terugvorderde wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht. Het UWV mocht zich baseren op samenvattingen van processen-verbaal, omdat het over de volledige stukken beschikte en appellant gelegenheid had te reageren. De intrekking en terugvordering van de toeslag vanaf 2014 handhaafde het UWV niet langer, waardoor dat deel van het besluit werd vernietigd en het terugvorderingsbedrag verlaagd.
De Raad bevestigde de intrekking en terugvordering van de Wajong-uitkering, vernietigde het besluit voor zover het de toeslag vanaf 2014 betrof, en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering Wajong-uitkering bevestigd, intrekking en terugvordering toeslag vanaf 2014 vernietigd en terugvordering verlaagd.