Uitspraak
18.756 ZW
OVERWEGINGEN
. In de nota van toelichting bij het SB is daarover vermeld:
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als APK-keurmeester en meldde zich ziek met psychische klachten. Later werd hij met terugwerkende kracht benoemd tot directeur in loondienst, maar het dienstverband eindigde door faillissement. Het UWV stelde bij een eerstejaars ZW-beoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, gebaseerd op het laatst verdiende loon als APK-keurmeester, en stopte de ziekengelduitkering.
Appellant voerde bezwaar aan dat het loon van de directeur als maatmanloon moest gelden en dat hij zwaarder beperkt was dan vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het maatmanloon het loon was van de functie die appellant daadwerkelijk had vóór ziekte, namelijk APK-keurmeester.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat het maatmanloon wordt bepaald door het feitelijk genoten loon in het refertejaar en dat het loon als directeur niet vorderbaar was in die periode. De Raad concludeerde dat het UWV terecht het maatmanloon baseerde op het loon als APK-keurmeester en dat er geen aanleiding was tot een andere beoordeling van de beperkingen van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het maatmanloon blijft gebaseerd op het laatst verdiende loon als APK-keurmeester.