ECLI:NL:CRVB:2009:BI3128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als administratief medewerker tot maart 2004, meldde zich ziek in juli 2004 met diverse klachten waaronder aangezichtspijn en concentratieproblemen. Een verzekeringsarts stelde in april 2006 beperkingen vast, waaronder een urenbeperking van 20 uur per week bij aanvang van de verzekering. Het UWV weigerde daarop een WIA-uitkering toe te kennen.
In de bezwaarprocedure werd de maatmanomvang verhoogd naar 27,5 uur per week, wat leidde tot een verlies aan verdienvermogen van minder dan 35%, waardoor het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en achtte het medisch onderzoek zorgvuldig.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat een verdere urenbeperking tot 12 uur per week passend was, mede vanwege een Wajong-uitkering die zij later ontving. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de Wajong-uitkering geen aanleiding gaf tot herziening van de beperkingen, en dat het maatmaninkomen terecht was vastgesteld op het feitelijk genoten loon. De geschiktheid van de geduide functies werd voldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.