ECLI:NL:CRVB:2020:277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WGA-loonaanvullingsuitkering bij arbeidsongeschiktheid van 76,74%
Appellante, voormalig testcoördinator, meldde zich ziek met vermoeidheidsklachten en ontving vanaf 2010 een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 76,74% en handhaafde de WGA-loonaanvullingsuitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, met een hogere mate van beperkingen dan vastgesteld. Zij stelde dat het Protocol CVS onjuist was toegepast en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige onderbouwing toereikend.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat het Protocol CVS juist was toegepast. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geselecteerde functies werd onderschreven. Het beroep van appellante werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WGA-loonaanvullingsuitkering op 76,74% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.