ECLI:NL:CRVB:2020:2742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.T.H. Zimmerman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant was sinds 2010 ziek gemeld met psychische klachten en ontving vanaf 2012 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 39,20%, waarna appellant bezwaar maakte. Een psychiatrische expertise en een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst leidden tot een nieuwe beoordeling van 30,70% arbeidsongeschiktheid. Het UWV beëindigde daarop de WIA-uitkering per 21 augustus 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV bevoegd was om de uitkering ten nadele van appellant te herzien zonder strijd met het verbod van reformatio in peius. Tevens was het onderzoek zorgvuldig en waren de geselecteerde functies medisch passend. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onzorgvuldig was en het vertrouwensbeginsel was geschonden, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de toekenning van een nieuwe WIA-uitkering in 2018 geen invloed heeft op de juiste vaststelling van de arbeidsongeschiktheid per 21 augustus 2017. Het verbod van reformatio in peius werd niet geschonden omdat het UWV ook zonder bezwaar bevoegd was tot intrekking per een toekomstige datum. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.