ECLI:NL:CRVB:2020:2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaald wachtgeld wegens niet gemelde neveninkomsten
Appellant was voor onbepaalde tijd aangesteld en kreeg na eervol ontslag per 1 januari 2012 wachtgeld toegekend tot april 2019. Na onderzoek concludeerde de staatssecretaris dat appellant vanaf januari 2012 tot juni 2017 €41.595,54 te veel wachtgeld had ontvangen. De staatssecretaris vorderde terugbetaling, waarbij na bezwaar het bedrag werd verminderd tot €31.437,54 vanwege de vijfjarige verjaringstermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de meldplicht van wijzigingen in inkomsten en dat hij op een informatiebijeenkomst een vaste uitkering was toegezegd. De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bij toedoen van de ambtenaar een terugvordering tot vijf jaar mogelijk is en dat appellant nalatig was in het melden van wijzigingen, ondanks duidelijke wettelijke en besluitmatige verplichtingen.
De Raad verwierp het beroep van appellant, omdat geen sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen en de mondelinge informatie niet afdoende was om de meldplicht te ontkennen. Ook was de specificatie van het terug te vorderen bedrag voldoende inzichtelijk gemaakt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaald wachtgeld tot vijf jaar vanwege toedoen van appellant.