ECLI:NL:CRVB:2020:265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op ziekengeld bij betwisting dienstverband na arbeidsongeval
Appellant meldde zich op 27 juli 2015 ziek bij het Uwv en stelde recht te hebben op ziekengeld wegens een arbeidsongeval bij [naam 3] in augustus 2014. Het Uwv weigerde uitkering omdat uit de polisadministratie bleek dat het laatste dienstverband bij [naam bedrijf] op 15 juni 2014 was geëindigd en geen ander dienstverband was aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat de aangeleverde bewijzen, zoals foto’s, agenda-aantekeningen en verklaringen, onvoldoende waren om een privaatrechtelijke dienstbetrekking aan te tonen. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en voegde verklaringen toe, maar ook deze boden geen overtuigend bewijs.
De Raad overwoog dat voor het aannemen van een dienstbetrekking moet worden voldaan aan criteria zoals loon, gezag en persoonlijke arbeid, en dat appellant onvoldoende objectieve en controleerbare gegevens heeft geleverd. De verklaring van de vermeende werkgever dat appellant slechts een paar keer had meegelopen zonder dienstverband, ondersteunde het standpunt van het Uwv.
Gelet op de laattijdige ziekmelding en het ontbreken van overtuigend bewijs, werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op 15 augustus 2014 in dienst was bij [naam 3].