ECLI:NL:CRVB:2020:2621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als loodgieter, meldde zich ziek met handklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
Na een nieuwe ziekmelding en medische beoordeling in 2018 werd appellant geschikt verklaard voor de functie medewerker quality control. Het UWV beëindigde daarop opnieuw de uitkering, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet in de functie voorkomen en dat de beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de functie niet actueel was en dat zijn klachten onvoldoende medisch waren onderbouwd. De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig was, alle relevante medische gegevens zijn betrokken, en dat de functie medisch geschikt is. Het beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor de functie medewerker quality control.