ECLI:NL:RBDHA:2021:10404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag en loonkorting ambtenaar defensie wegens verstoorde arbeidsverhouding
Eiser was sinds 1986 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en had een deeltijdaanstelling sinds 2007 naast een schildersbedrijf. De zaak betreft de rechtmatigheid van een loonkorting per 7 november 2018 en een ontslag per 1 november 2019 op grond van artikel 124 van Pro het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD).
De rechtbank oordeelt dat het ontslag terecht is gegeven vanwege een verstoorde arbeidsverhouding en het ontbreken van mogelijkheden tot herplaatsing binnen de organisatie. Pogingen tot mediation en gesprekken hebben het conflict niet opgelost. Eiser wilde niet flexibel meewerken aan herplaatsing en stelde onrealistische eisen.
De loonkorting is eveneens gegrond verklaard omdat eiser situationeel arbeidsongeschikt was tot 7 maart 2019. De brief van 11 april 2019 waarin plichtsverzuim werd vastgesteld, is wel een besluit waartegen bezwaar mogelijk is, waardoor het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar onterecht was. Dit besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser. De overige beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag en de loonkorting worden bevestigd, het besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar wordt vernietigd, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.