ECLI:NL:CRVB:2020:2500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over recht op ziekengeld en arbeidsongeschiktheid grondwerker na auto-ongeluk
Appellant was werkzaam als grondwerker en meldde zich op 26 september 2013 ziek door lichamelijke klachten na een auto-ongeluk. Door een administratieve fout werd zijn dienstverband pas op 12 december 2013 aan het Uwv doorgegeven. Het Uwv weigerde aanvankelijk een ziekengelduitkering per die datum toe te kennen en verklaarde bezwaar ongegrond. Ook werd een WIA-uitkering geweigerd wegens het niet volgmaken van de wachttijd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet ongeschikt was voor zijn werk op de datum in geding en dat de wachttijd niet was voltooid. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen waren onderschat en dat een deskundige benoemd had moeten worden.
De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die concludeerde dat appellant op de datum in geding ongeschikt was vanwege whiplash associated disorder en rugklachten, passend bij het zware fysieke werk. De Raad volgde deze conclusie en vernietigde de eerdere uitspraken en besluiten, bepaalde dat appellant recht heeft op ziekengeld vanaf 12 december 2013 en dat het Uwv een nieuwe beslissing moet nemen over de WIA-uitkering.
Verder oordeelde de Raad dat de redelijke termijn met twee jaar en zes maanden was overschreden, zowel door het Uwv als de bestuursrechter, en veroordeelde beide tot een schadevergoeding aan appellant. Ook werden proceskosten en griffierechten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Appellant heeft recht op ziekengeld vanaf 12 december 2013; eerdere besluiten worden vernietigd en Uwv moet nieuwe beslissing nemen over WIA-uitkering.