ECLI:NL:CRVB:2020:2316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor terugwerkende curatorkosten wegens overschrijding termijn
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor curatorkosten over de periode 1 januari 2015 tot en met 5 oktober 2016, nadat de kantonrechter met terugwerkende kracht een hoger beloningstarief had toegekend. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten buiten de zesmaandentermijn voor terugwerkende bijstand vielen.
De rechtbank oordeelde dat de kosten reguliere kosten zijn die periodiek zijn opgekomen vanaf 1 januari 2015 en niet als eenmalige extra kosten kunnen worden aangemerkt, waardoor de aanvraag buiten de termijn viel. Appellanten stelden in hoger beroep dat de kosten op 14 april 2017 waren opgekomen, de datum van de machtiging, maar konden dit niet onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het college het beleid juist heeft toegepast en dat de aanvraag terecht is afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet voldoen aan de termijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.