ECLI:NL:CRVB:2020:2261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens onjuiste woonsituatie
Appellante ontving vanaf 1 januari 2016 studiefinanciering berekend op basis van de norm voor thuiswonenden, terwijl zij vanaf 1 februari 2016 een eigen standplaats huurde en dit wijzigde naar uitwonend. De minister herzag de studiefinanciering per 1 februari 2016 en kwalificeerde appellante als thuiswonend omdat zij in de BRP nog stond ingeschreven op het adres van haar ouders.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, verwijzend naar wettelijke bepalingen en eerdere uitspraken die bevestigen dat de inschrijving in de BRP bepalend is voor de woonsituatie. Appellante voerde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan, maar herhaalde haar eerdere stellingen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees appellantes stelling af dat zij geen onjuiste gegevens had verstrekt, aangezien de BRP-inschrijving bepalend is. De herziening en terugvordering van studiefinanciering zijn daarmee terecht. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van studiefinanciering wegens onjuiste woonsituatie worden bevestigd.