ECLI:NL:CRVB:2020:2240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden financiële steun van derde
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet vanaf 7 april 2017. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek bleek dat zij financiële steun ontving van haar vriend, die haar huur en boodschappen betaalde, zonder dit te melden aan het college. Hierdoor werd het recht op bijstand niet correct vastgesteld.
Het college besloot de bijstand met ingang van 7 april 2017 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het om een lening ging en dat zij te goeder trouw handelde, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante toereikend en consistent was en dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden. De terugvordering werd niet kwijtgescholden omdat appellante geen dringende redenen aannemelijk had gemaakt. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.