Uitspraak
18.2152 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek tot schadevergoeding af;
- verklaart het hoger beroep tegen de waarschuwing niet-ontvankelijk;
- bevestigt de aangevallen uitspraak wat betreft de terugvordering.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een ouderdomspensioen aangevraagd en daarbij opgegeven samen te wonen met zijn stiefzoon. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een toeslag toe voor deze partner/huisgenoot. Na melding van de verhuizing van de stiefzoon in februari 2016 heeft de Svb het pensioen herzien en de te veel betaalde toeslag over maart 2016 tot en met april 2017 van € 6.644,22 teruggevorderd, met een waarschuwing wegens niet tijdig melden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de stiefzoon geen partner was maar een stiefkind en dat de Svb op de hoogte was van de verhuizing. Tevens stelde hij financiële problemen en betwistte hij de waarschuwing. De Raad oordeelde dat de terugvordering op grond van artikel 24 AOW Pro terecht is, omdat geen dringende redenen zijn gebleken om hiervan af te zien. De waarschuwing is niet meer relevant omdat de termijn van twee jaar is verstreken.
Verder is het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de procedure binnen vier jaar is afgerond. De Raad verklaart het hoger beroep tegen de waarschuwing niet-ontvankelijk en bevestigt de terugvordering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de terugvordering wordt bevestigd, het hoger beroep tegen de waarschuwing niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen.