ECLI:NL:CRVB:2020:1967
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling en afwijzing terugwerkende bijstand aanvraag wegens ontbreken gegevens
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand met ingang van 1 juni 2017, maar verstrekte niet binnen de gestelde termijn de benodigde gegevens, waaronder bankafschriften en stukken over haar WW-uitkering. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling. Appellante voerde aan dat zij door ernstige psychische klachten niet in staat was de gegevens tijdig aan te leveren, maar de Raad oordeelde dat de medische stukken dit niet aannemelijk maken.
Vervolgens vroeg appellante opnieuw bijstand aan met ingang van 1 juni 2017, waarop het college bijstand toekende vanaf de datum van de nieuwe aanvraag (12 maart 2018). De Raad bevestigde dat geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen, mede gelet op vaste jurisprudentie dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend.
De rechtbank had de beroepen tegen de besluiten ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gebaseerd op een zorgvuldige toetsing van de feiten, de toepasselijke wettelijke bepalingen en de medische onderbouwing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de buitenbehandelingstelling en wijst de aanvraag voor terugwerkende bijstand af wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.