ECLI:NL:CRVB:2020:194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en verkoopactiviteiten
Appellant ontving sinds 2007 bijstand en werd in 2017 geconfronteerd met een besluit tot gedeeltelijke herziening en intrekking van bijstand over de periode 2008-2016, met terugvordering van bijna €79.000 vanwege niet gemelde kasstortingen en verkoopactiviteiten.
Een onderzoek, gestart na vermoedens van inkomsten uit verkoop, toonde aan dat appellant geen melding had gemaakt van kasstortingen in 2008 en 2009 en van omvangrijke verkoopactiviteiten via Marktplaats vanaf 2010. Appellant kon de herkomst van kasstortingen niet met objectieve stukken aantonen en hield geen betrouwbare administratie van de verkoop.
De Raad oordeelde dat het enkel overleggen van bankafschriften niet volstaat als melding van kasstortingen en dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. Ook de stelling van onjuiste voorlichting faalde, evenals het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en verkoopactiviteiten.