Uitspraak
18.5169 ZW, 18/5630 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was via zijn ex-werkgever, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, werkzaam als aspirant centralist en meldde zich ziek met oog- en gewrichtsklachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, waarna de Ziektewetuitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar, dat door het UWV werd afgewezen. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die het beroep ontvankelijk achtte en ongegrond verklaarde.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen waren onderschat en bracht nieuw medisch rapport in. Het UWV stelde echter incidenteel hoger beroep in met het verweer dat de rechtbank ten onrechte het beroep ontvankelijk had verklaard omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn was ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit tijdig was verzonden en appellant het besluit had ontvangen, waardoor de beroepstermijn op tijd was gestart en het beroepschrift te laat was ingediend.
De Raad concludeerde dat appellant geen verschoonbare redenen had aangevoerd voor de overschrijding van de termijn, mede omdat hij hulp had gehad bij het opstellen van het beroepschrift. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak van de rechtbank vernietigd. Een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden kon daardoor niet plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare redenen.