ECLI:NL:CRVB:2020:1795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering na herzieningsverzoek en nieuw rapport
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV is afgewezen op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd dit besluit bevestigd. Vervolgens diende appellante een nieuw verzoek in met een rapport van MEE uit januari 2017, dat zij als nieuw feit aanvoerde.
De rechtbank oordeelde dat het rapport geen aanleiding gaf het oorspronkelijke besluit te herzien, mede omdat het rapport geen uitgebreid diagnostisch psychologisch onderzoek bevatte en op belangrijke punten niet klopte. Appellante kon haar stellingen over haar arbeidsverleden niet met objectieve medische stukken onderbouwen. De Raad volgde dit oordeel en stelde dat het rapport als nieuw feit kon worden aangemerkt, maar onvoldoende was om het besluit te herzien.
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening voor de toekomst eveneens geen grond bood om het besluit van 8 oktober 2015 onjuist te achten. Er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.