ECLI:NL:CRVB:2020:1688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij Wmo-maatwerkvoorziening
Appellant had een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) ontvangen voor de periode van 15 mei 2017 tot en met 14 mei 2018. Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen had deze voorziening verstrekt en later herzien, waarbij het recht op de maatwerkvoorziening werd beëindigd per 26 juli 2018.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, maar de Raad oordeelde dat appellant geen belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Dit omdat het geschil betrekking had op een reeds verstreken periode en er geen aannemelijk belang was voor toekomstige perioden.
De Raad nam mee dat appellant gedurende de latere periode geen rechtsmiddelen had aangewend tegen nieuwe besluiten en dat appellant gedetineerd was geweest. Bovendien had appellant zich niet gemeld voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015 na detentie, waardoor geen actueel belang bestond.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken. De beslissing werd op 22 juli 2020 openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.