Uitspraak
18.5181 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als instellingskok, meldde zich ziek met rugklachten en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf diverse data geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies, waaronder productiemedewerker industrie. Na een zorgvuldige medische beoordeling door verzekeringsartsen werd het recht op ziekengeld per 20 juni 2017 beëindigd.
Appellant voerde in beroep en hoger beroep aan dat het UWV onvolledig en onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door niet uit te gaan van cas-coderingen en onvoldoende rekening te houden met zijn fysieke en psychische beperkingen, waaronder een progressief ziektebeeld. Tevens verzocht hij om een schadevergoeding wegens stress en beperking van levensgenot.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was uitgevoerd. De verzekeringsartsen hadden voldoende gemotiveerd waarom appellant in staat was de functie van productiemedewerker industrie te verrichten. Nieuwe medische informatie die de stellingen van appellant ondersteunde ontbrak. De Raad verwierp ook het verzoek om schadevergoeding wegens het ontbreken van medische onderbouwing van de gestelde stress en beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Tevens was er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.