ECLI:NL:CRVB:2020:1671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, voormalig taxichauffeur leerlingenvervoer, meldde zich in mei 2011 ziek en kreeg per 12 mei 2014 een weigering van een WIA-uitkering. Na een nieuwe ziekmelding in juni 2014 ontving hij een Ziektewetuitkering die in mei 2016 werd beëindigd omdat hij volgens het UWV meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was. De Raad volgt dit oordeel en stelt vast dat er geen nieuwe medische informatie is ingebracht die aanleiding geeft tot twijfel aan het onderzoek. Tevens is vastgesteld dat appellant niet doorlopend arbeidsongeschikt was sinds 2011.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het niet eens was met de beoordeling en vroeg om een schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure. De Raad concludeert dat de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden en kent daarom een vergoeding van €500 toe. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding.
Uitkomst: De ZW-uitkering wordt terecht beëindigd en appellant ontvangt een schadevergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.