ECLI:NL:CRVB:2020:1584
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en vergoeding redelijke termijn overschrijding
Appellante heeft haar hoger beroep ingetrokken omdat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 oktober 2019 volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het UWV in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, inclusief kosten voor ingebrachte verzekeringsartsrapporten.
Materiële schadevergoeding wordt afgewezen omdat de wettelijke rente reeds is vergoed door het UWV. Immateriële schadevergoeding wordt eveneens afgewezen voor zover deze niet verband houdt met overschrijding van de redelijke termijn.
De procedure heeft zes jaar en vijf maanden geduurd, ruim boven de redelijke termijn van vier jaar, waardoor de Staat wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €2.500,- en in de proceskosten van €262,50.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 juli 2020.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken na tegemoetkoming UWV; UWV veroordeeld in proceskosten, Staat in immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.