Uitspraak
19.2554 AW
17 mei 2019, 17/3269 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam in een salarisschaal 10 functie en werd door de korpschef aangewezen als herplaatsingskandidaat en herplaatst in een LFNP-functie schaal 10. Betrokkene vorderde plaatsing in een hogere LFNP-functie schaal 11, stellende dat hij gedurende drie jaar ononderbroken werkzaamheden had verricht die voldeden aan de niveaubepalende elementen van die hogere functie.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de korpschef verplicht tot plaatsing in de hogere functie. De korpschef stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij de hogere functie daadwerkelijk gedurende de referteperiode had uitgeoefend.
De Raad overwoog dat de niveaubepalende elementen van de hogere functie niet in overwegende mate door betrokkene waren vervuld. Betrokkene had geen regiepositie, gaf geen operationele sturing en vervulde niet de mentorrol die bij de hogere functie hoort. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er was geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule buiten de Notitie en Aanvulling om.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.