ECLI:NL:CRVB:2020:1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding restant terugvordering bijstand
Appellante verzocht het college om kwijtschelding van de resterende schuld van €17.647,22 die voortkomt uit een in 2003 ontstane terugvordering van bijstand. Het college wees dit verzoek af omdat appellante niet voldeed aan de beleidsvoorwaarde dat zij vijf jaar correct aan haar betalingsverplichtingen moest hebben voldaan na opheffing van het loonbeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat bijzondere omstandigheden, zoals het feit dat zij meer dan de helft van de schuld had afgelost en dat de schuld van haar ex-partner was afgekocht, aanleiding zouden moeten zijn om van het beleid af te wijken.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:84 Awb Pro en dat de beleidsregels WWB dit soort situaties reeds verdisconteren. Bovendien blijft appellante hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele schuld. Zonder nadere toelichting is er geen reden om van het beleid af te wijken.
Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de resterende schuld wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.