Uitspraak
17.8233 AW
OVERWEGINGEN
14 november 2016 in gebreke heeft gesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Uitgaande van die ingebrekestelling had de korpschef uiterlijk op
28 november 2016 een besluit moeten nemen. De korpschef heeft dit op 22 december 2016 gedaan, op welk moment de termijn van 42 dagen, genoemd in artikel 4:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), nog niet was verstreken. Daarmee was 22 december 2016 de laatste dag waarover de dwangsom was verschuldigd. De korpschef moest “gelet op artikel 4:18 van Pro de Awb” binnen twee weken na 22 december 2016 de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom vaststellen. Volgens de rechtbank was de korpschef, anders dan appellante heeft aangevoerd, niet verplicht om dit al bij het bestreden besluit te doen.
- het aantal kilometers voor dienstreizen in combinatie met de uit te voeren werkzaamheden op jaarbasis, met een ondergrens van 20.000 km;