ECLI:NL:CRVB:2019:945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- J.J.A. Kooijman
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medeterugvordering IOAW en ontslag wegens plichtsverzuim bij verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante was werkzaam bij de gemeente Leeuwarden en had een relatie met X, met wie zij een gezamenlijke huishouding voerde vanaf 2010. Het college stelde na onderzoek vast dat X onterecht een IOAW-uitkering als alleenstaande ontving, omdat sprake was van gezamenlijke huishouding. Hierdoor werd de uitkering ingetrokken en teruggevorderd, mede van appellante.
Daarnaast legde het college appellante een disciplinaire straf op wegens plichtsverzuim, omdat zij bij het invullen van uitkeringsformulieren voor X niet had gemeld dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Dit leidde tot ontslag op staande voet. Appellante voerde aan dat zij onder druk had gehandeld en dat het ontslag onevenredig was.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat sprake was van gezamenlijke huishouding en dat appellante bewust onjuiste informatie had verstrekt. Het bevoegdheidsgebrek bij het ontslagbesluit werd gepasseerd. Het ontslag werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van het plichtsverzuim en de integriteitseisen van de gemeente.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante. Tegen het oordeel over de gezamenlijke huishouding staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medeterugvordering en het ontslag op staande voet wegens plichtsverzuim.