ECLI:NL:CRVB:2019:784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, die sinds een roofoverval in 2002 arbeidsongeschikt is, heeft herhaaldelijk verzocht om een herbeoordeling van zijn WAZ-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Na eerdere beëindiging van de uitkering in 2011, wees het UWV zijn verzoeken in 2015 af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde in 2016 dat het verzoek geen beroep op de Wet Amber of duuraanspraak kon zijn en bevestigde dat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd. In hoger beroep stelde appellant dat zijn gezondheid was verslechterd door PTSS, depressie en diverse lichamelijke aandoeningen, maar de Raad oordeelde dat de medische gegevens geen nieuwe feiten bevatten die niet reeds in eerdere procedures waren meegewogen.
De Raad benadrukte dat de WAZ-verzekering van appellant sinds 2011 was geëindigd en dat medische behandelingen na die datum geen aanleiding geven tot herleving van de uitkering. Het bestreden besluit was zorgvuldig gemotiveerd en niet evident onredelijk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herbeoordeling van de WAZ-uitkering bevestigd.