Uitspraak
18.1449 WMO15, 18/3789 WMO15
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1947, heeft diverse aandoeningen die haar beperken bij huishoudelijke taken. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verstrekte haar op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning.
Na een melding van onvoldoende ondersteuning vond een huisbezoek plaats en werd een maatwerkvoorziening toegekend van 3 uur en 15 minuten per week. Het college verklaarde bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het onderzoek voldeed aan de Wmo 2015 en dat de normtijden van het CIZ-protocol juist waren toegepast.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek incompleet was en de verstrekte ondersteuning onvoldoende. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit geen nader besluit is en dat de brief van 22 juni 2018 met een summier motiveringsgebrek kan worden gepasseerd zonder belanghebbende te benadelen.
De Raad stelde vast dat het onderzoek van het college voldoet aan de vereisten en dat het college terecht de normtijden van het CIZ-protocol hanteerde. De klacht over te weinig tijd voor maaltijdbereiding, licht huishoudelijk werk en boodschappen doen faalt, mede omdat appellante gebruikmaakt van een boodschappenservice en haar longklachten zijn betrokken bij de beoordeling.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.