ECLI:NL:CRVB:2019:682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid werknemer wegens onvoldoende onderbouwing prognose herstel
Een werknemer, werkzaam voor 30 uur per week bij IKEA B.V., meldde zich in september 2012 ziek wegens overbelasting en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat hij volledig arbeidsongeschikt was en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe, later omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
IKEA maakte bezwaar omdat zij meende dat de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en daarom recht had op een IVA-uitkering. Het UWV wees het bezwaar af, gesteund op een rapport van een verzekeringsarts die verwachtte dat de belastbaarheid na het eerste jaar zou verbeteren.
De rechtbank verklaarde het beroep van IKEA ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de inschatting van de verzekeringsarts onvoldoende was onderbouwd. De behandeling was gericht op stabilisatie en verbetering van de belastbaarheid was nauwelijks te verwachten. De prognose was speculatief en niet toegespitst op de medische situatie op de datum in geding.
De Raad vernietigde het besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het beroep tegen die beslissing uitsluitend bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van IKEA.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.